Onderzoek & strategie

2,6 miljoen huishoudens laten rendement liggen

De Volkskrant stelde vorige week de vraag die eigenlijk al jaren gesteld had moeten worden: moeten Nederlanders meer beleggen? De cijfers spreken voor zich — maar een paar nuances verdienen meer aandacht.

De Kwaliteitsbelegger 1 juni 2026 Leestijd: 5 minuten

Een pluim voor de Volkskrant

Het is niet vanzelfsprekend dat een grote krant een heel artikel wijdt aan de vraag waarom zoveel Nederlanders hun spaargeld laten wegkwijnen op een bankrekening. De Volkskrant deed het vorige week wél. Met cijfers van de AFM, hoogleraren en vermogensbeheerders wordt een patroon zichtbaar dat ik in mijn werk dagelijks tegenkom: Nederland heeft een spaarprobleem dat zich voordoet als veiligheid.

De kern: 2,6 miljoen huishoudens hebben meer spaargeld dan de buffer die het Nibud adviseert. De helft van die groep heeft meer dan €24.000 boven op die buffer. Zo'n 15 procent heeft meer dan een ton vrij te besteden. En dat geld staat — grotendeels — stil.

2,6 mln
huishoudens met spaargeld boven de aanbevolen buffer
€600 mrd
Nederlands spaargeld op bankrekeningen
23%
Nederlanders die beleggen — EU-gemiddelde is 36%

Sparen is niet risicoloos

Hoogleraar Rik Frehen verwoordde het in het artikel scherp: hij snapt niet dat mensen sparen bij een bank als risicoloos zien. Want als je geld ergens risico loopt, is het op een spaarrekening.

Dat is precies het punt. Niets doen is ook een keuze — en die keuze heeft een prijs. Bij een gemiddelde inflatie van 2,5% en een spaarrente die daar structureel onder ligt, verliest €100.000 op de bank elk jaar koopkracht. Geen crisis nodig. Gewoon de kalender omslaan.

Het artikel noemt ook de 72-regel: deel 72 door het verwachte rendement en je weet hoeveel jaar het duurt voordat je inleg verdubbelt. Bij een historisch gemiddeld rendement op wereldwijde aandelen van rond de 7% duurt dat zo'n tien jaar. Op een spaarrekening met 1% rente: 72 jaar. Dat is het verschil.

“Als je geld ergens risico loopt, is het op een spaarrekening. Je weet honderd procent zeker dat je koopkracht kwijtraakt.”

— Rik Frehen, hoogleraar finance Universiteit Tilburg, Volkskrant 31 mei 2026

Wat de MSCI World laat zien

De MSCI World Index — die de 1.300 grootste bedrijven in 23 ontwikkelde landen volgt — bestaat in de EUR-versie officieel sinds eind 2000. Het gemiddeld jaarrendement sindsdien bedraagt 6,12% per jaar, inclusief herbelegd dividend. Dat omvat de dotcom-crash, de financiële crisis van 2008, corona én de renteschok van 2022.

Maar het gemiddelde verhult iets belangrijks. Kijk je per decennium, dan zie je hoe groot de verschillen zijn:

Gemiddeld jaarrendement per decennium — MSCI World (inclusief dividend herbelegd)
70s: 6.96%, 80s: 19.92%, 90s: 11.96%, 00s: 0.23%, 10s: 8.81%, 20s: 16.16%
Bron: MSCI World Total Return Index. De 20s bevatten data t/m 2024.

Het decennium 2000–2009 springt eruit: gemiddeld 0,23% per jaar. Twee grote crises in tien jaar — dotcom en de financiële crisis — drukten het rendement naar bijna nul. Wie in januari 2000 instapte op het hoogtepunt van de internetbubbel, had tien jaar later nauwelijks meer dan zijn inleg terug.

Toch geldt historisch: er is in de hele meetperiode van de MSCI World (data beschikbaar vanaf 1969) geen enkele periode van 15 jaar geweest met een negatief totaalrendement. De kans op verlies bij een horizon van 10 jaar was historisch 2%. Bij 5 jaar: 9%.

Wat betekent dit voor u?

Als u nog niet weet hoe u kwalitatieve bedrijven selecteert, maar u heeft een beleggingshorizon van 10 jaar of langer, dan is een goedkoop, breed gespreid indexfonds een verstandig startpunt. Niet omdat beleggen geen risico kent — dat doet het wel — maar omdat de kans op een negatieve uitkomst over een lange horizon historisch klein is, en de kans op koopkrachtbehoud bij sparen historisch nul.

Dat is ook de reden dat vermogensbeheerders werken met breed gespreide, op academisch onderzoek gebaseerde fondsen. De verwachting is niet gegarandeerd rendement — die bestaat niet — maar een verantwoorde verhouding tussen risico en kans over de lange termijn.

Welke ETF dan?

Het Volkskrant-artikel noemt ETF's zonder specifiek te worden. De drie meest gebruikte opties voor Nederlandse beleggers met een breed gespreide basis:

ETF Ticker (AMS) Kosten (TER) Index Opkomende markten
iShares Core MSCI World IWDA 0,20% / jaar MSCI World Nee
SPDR MSCI World SWRD 0,12% / jaar MSCI World Nee
Vanguard FTSE All-World VWCE (acc) / VWRL (dist) 0,19% / jaar FTSE All-World Ja

IWDA en SWRD volgen dezelfde index — het enige verschil is de beheervergoeding. VWCE/VWRL volgt een bredere index die ook opkomende markten omvat (China, India, Brazilië) en telt meer dan 4.000 bedrijven. Welke het best past hangt af van uw situatie.

Wilt u weten wat uw situatie vraagt?

Of een indexfonds volstaat, of dat uw vermogen meer vraagt — in een vrijblijvend gesprek kijk ik dat samen met u door.

Vrijblijvend kennismaken →
Bronnen

Volkskrant, Michiel van der Geest, 31 mei 2026: Moet Nederland meer gaan beleggen? — AFM onderzoek retailbeleggen 2026 — MSCI World Index (EUR) factsheet april 2026, msci.com — Vivium/P&V: De MSCI World Index volgen, wat levert dat op? — justetf.com (TER-data)